Een modern kerstverhaal

Een hand rust op mijn schouder. Hij voelt bemoedigend en vriendelijk, dus ik doe geen poging hem af te schudden, ook al lijkt de tijd en plaats ervoor wat vreemd. Het is 5 uur ‘s nachts en ik lig al een tijdje te woelen in bed. Ik ging er erg laat in, kon gelukkig een paar uurtjes slapen, maar ben nu toch alweer een tijd wakker. De hand voelt fijn, dus ik probeer me te ontspannen. Dat er al jaren niemand naast me slaapt maakt nu even niet uit.

Sinds een paar dagen ben ik op zoek naar de juiste woorden voor een kerstboodschap om aan vrienden en familie te schrijven. Ieder jaar stel ik het uit tot het laatste moment. Kerst is een gapend gat, waar ik liefst met een grote boog omheen ga. Jaren heb ik het alleen doorgebracht, meerdere daarvan ziek op bed. Herinneringen aan nog vroeger haal ik ook liever niet op en uitkijken naar een herenigde familie heeft tot nu toe al helemaal niets opgeleverd.

Besef van de wereld zoals hij dit jaar is, versterkt het vervreemdende gevoel. Het idee dat mensen hier massaal vrolijk kerst gaan vieren, terwijl aan de rand van Europa mensen letterlijk in de kou staan. En zelfs dichterbij, vluchtelingen die op veel plaatsen in ons land niet welkom zijn. Mensen die andere mensen de toegang tot hun stad weigeren, om vervolgens ‘vrede op aarde’ te gaan zingen onder hun eigen kerstboom.

Ik weet niet hoe daarmee om te gaan. Net zo min als met de vrolijke foto’s op facebook van kerstbomen, versierde huizen en gedekte tafels die klaar staan om familie en vrienden te ontvangen. Terwijl ik alleen kan denken aan al die mensen die geen familie en vrienden hebben om bij aan te schuiven. Mensen zonder huis,  zwervend op straat tijdens de feestdagen. De kerstinloop waar deze eerste kerstdag weer tientallen mensen zullen komen die, vaak al jaren, geen geld en gezelschap hebben om kerst te vieren. Het voelt zo wrang, ieder jaar weer.

Ik twijfel. Zal ik opnieuw het gedicht over eenzaamheid op facebook en mijn website zetten? Een tekst waarin ik vrienden wordt met de eenzaamheid die iedereen in zich draagt. Jaren geleden geschreven tijdens weer een kerst alleen, ziek in bed. De redactie van een programma op radio-2 was het twee jaar geleden on-line tegengekomen en belde me op. Of ik het tijdens kerstavond op de radio voor wilde lezen. Dat was een magische moment. Het gedicht wat geschreven was als handreiking naar al die andere eenzame mensen overal ter wereld, werd ineens gehoord. We werden even echt ‘1 samen’.

Maar dit jaar is het tijd voor iets nieuws. Het is alleen nog niet duidelijk wat.Ineens begint een serie beelden zich in mijn hoofd te ontvouwen. Ik zie mijn leven als een film in de achteruit, waarbij een aantal beelden even worden uitgelicht en stilgezet. Allemaal momenten die zich afspeelden tussen mijn moeder en mij. Schijnbaar vluchtige momenten, die niettemin een diepe indruk en een hoop pijn achterlieten.

Een zware mannenstem klinkt, meer in mijn lijf dan in mijn oren, een vreemde gewaarwording. De stem is overal tegelijk en legt uit dat de beelden zijn bedoeld om te laten zien waarom mijn leven is zoals het is. Mijn moeder en ik hebben een ingewikkelde band, we hebben elkaar inmiddels meerdere jaren niet gezien, ook al woont ze slechts één dorp verder.

Gisteren echter, heb ik haar een zelfgemaakte, geïllumineerde kaart gestuurd, waarin ik in een paar zinnen de wens uitspreek dat we elkaar in het komende jaar wellicht weer kunnen ontmoeten en dat ik van haar hou, altijd. Ze is en blijft mijn moeder. Het is het enige wat ik sinds alle ellende begon heb willen zeggen, maar nooit wist hoe. Altijd waren er verwijten en boosheid over en weer. En nu had ik eindelijk de manier gevonden die goed genoeg voelde om te zeggen wat gezegd moest nu het nog kon.

De stem legt een aantal dingen uit en geeft me eindelijk de antwoorden waar ik al heel lang naar op zoek ben. Het klinkt volkomen logisch, maar toch kan ik het gevoel van ‘maar ik dan’ niet van me af schudden.

Het wordt me duidelijk gemaakt dat mijn moeder haar hele leven niet in goed contact heeft kunnen zijn met het mannelijke in zichzelf en de mannen in haar leven. Haar vader overleed toen zij 1,5 was. En daarna werd het niet beter. Wie weet wat ze mee heeft gemaakt in het Jappenkamp waar ze een paar jaar later als peuter met haar moeder terecht kwam. Op achtjarige leeftijd de overtocht van Nederlands-Indië naar Nederland, om daar bij een drinkende stiefvader, misbruik en nog zo wat van die dingen terecht te komen.

Met mij had ze ook het nodige te stellen toen het misbruik zich bleek voort te zetten in de volgende generatie. Dat had een diepe impact op ons gezin en vanaf het moment dat ik wegliep op mijn 17e is niets ooit meer hetzelfde geweest. Het gezin lag uit elkaar en dat was mijn schuld, ik had de structuur verbroken. Dat ik het deed om zelf te overleven maakte niet uit.

Jaren van hard werken om mijzelf te helen volgden. Tot een aantal jaar geleden langzaam een en ander duidelijk werd: ik had een jongen moeten zijn. De stem vervolgd en laat de connectie zien tussen mijn als meisje geboren zijn en de jongen die ik had willen zijn. Alle beelden kloppen en vertellen ineens een logisch verhaal. De stem legt uit:

„Je moeder heeft nooit de kans gehad een liefdevolle connectie te maken met het mannelijke in haar leven. Daar heeft ze jou voor. Door de liefdevolle band die ze met jou als klein meisje kon maken en het verlies daarvan toen jullie contact verstoord raakte, wordt ze, nu jij hebt aangekondigd je meer man te voelen, gedwongen haar band met het mannelijke te herzien wil ze jou niet helemaal kwijtraken. Dat heeft ze nodig om te kunnen helen.”

Ik laat alles tot me doordringen en voel me vreemd opgelucht, maar blijf me toch afvragen waar ik blijf in dit verhaal. Met die vraag val ik in slaap.

Ik ben op visite bij de overbuurvrouw. Een paar dagen geleden gaf zij een etentje waar ik ook voor was uitgenodigd en vandaag wilde ik even langs om haar nogmaals te bedanken voor de gezellige avond. Er waren nog een paar mensen die ik niet kende en terwijl we kennis maakten, begonnen er steeds meer mensen binnen te komen. Tot er uiteindelijk een hele rij mensen tegelijk binnenkwam. Verbaasd kijken we elkaar aan. Ik dacht even rustig op visite te gaan, maar blijkbaar was ik niet de enige die juist dit moment hiervoor had uitgekozen.

Dan verschijnt de buurvrouw boven aan de trap in de woonkamer. Ergens weet ik dat er iets niet klopt, want de buurvrouw woont op een etagewoning, maar we bevinden ons hier in een prachtig hoog huis, met meerdere verdiepingen en ze nodigt ons uit voor een rondleiding. Terwijl de eerste gasten langzaam in een rij achter haar aan naar boven vertrekken blijf ik achter. Eén trap kom ik nog wel op, maar de bovenverdieping, hoe groot is die? Bij rondleidingen wordt altijd stilgestaan en rondgekeken. En hoeveel andere verdiepingen zullen er nog zijn? Uit angst mijn lijf weer te overbelasten besluit ik, teleurgesteld, beneden te blijven. Het nadeel van niet zulke sterke benen hebben.

Het interieur van de bus is wit. Ik heb nog nooit een bus gezien met een wit interieur, laat staan met tafeltjes, als een kruising tussen een sjiek uitgevoerde trein eetcabine en een jaren 50 lunchroom. We staan in de rij om in te stappen. Het is al aardig vol binnen, dus ik weet niet of ik er wel met rolstoel in pas. Zelf kan ik in een stoel zitten en de rolstoel kan ingeklapt om ruimte te besparen, maar hij moet wel mee! Ik krijg door naar de andere kant van de bus te moeten, daar is een invaliden-ingang blijkbaar. Een oudere man met rollator staat voor mij, hij heeft hetzelfde probleem, maar dat blijkt overbodig. Er wordt een knop ingedrukt en daar vouwt de rand waar we voor stonden al open tot een hypermoderne, traplift van glad metaal- en leerachtig materiaal.

Er is iets vreemds, we praten niet, maar hebben toch contact met onze begeleiders. Ze spreken rechtsstreeks via onze harten en het is direct duidelijk wat ze bedoelen. Mijn angst over de rolstoel en plaatsgebrek blijken onnodig, voor ik het weet zit ik in de bus en vertrekken we. Of de rolstoel nou mee is of niet, heb ik niet gemerkt. Het maakt ook niet meer uit, we zijn al onderweg.

Ik zit tegenover een vrouw met een huilend kind. Het kind blijft buiten beeld, maar ik zie hoe de vrouw probeert haar te laten eten in de hoop haar rustig te houden. Met weinig succes, het kind blijft huilen en maakt een rommeltje van het groene eten op de witte tafel. We proberen de boel netjes bij elkaar te vegen en ondertussen verteld de vrouw hoe zwaar het is, het constante zorgen en de druk om vooral alles netjes te houden, iedere dag opnieuw. Ik probeer haar gerust te stellen en begrip te tonen. Ik heb dan wel geen kinderen, maar kan me er alles bij voorstellen hoe zwaar het moet zijn. Vooral de druk om altijd alles netjes te houden voor de buitenwereld herken ik heel goed. Mensen leggen elkaar veel te veel druk op wat dat betreft, heb ik altijd gevonden.

Als de reis voorbij is worden we in een witte hal gebracht. Hier scheiden onze wegen blijkbaar, want overal om ons heen nemen mensen afscheid. Het is een drukte van jewelste in de grote hal. Dan ineens duiken de vrouw en het kind weer op. Het meisje, dat ik eerder niet kon zien, lijkt een jaar of 12 en komt recht op me af. Ze slaat haar armen om mijn middel en houdt me stevig vast. Overdondert door zoveel enthousiasme, sla ik mijn armen om haar heen en omhels haar terug. Zo staan we een tijdje en ineens valt op dat we het middelpunt zijn van een kring van mensen. Geen idee wie het zijn, maar hun aanwezigheid is warm en liefdevol.  Een koor van prachtige stemmen dringt tot me door, het is muziek zoals ik nog nooit eerder gehoord of beleefd heb. Een samenzang van liefdevolle, melodieuze klanken is het, niet echt een lied. Maar het is prachtig en vervult me met een oneindig gevoel van liefde. De woorden ‘You are loved’ dringen van alle kanten tot me door. Tot diep in mijn lichaam lijken ze me te vullen met hun klank en betekenis.

Het meisje en ik staan nog steeds in een innige omhelzing, zij met haar armen om mijn middel, zich stevig tegen me aan drukkend, ik met de ene hand haar rug en haren strelend en de andere arm stevig om haar heen. Ik snap er nog niet veel van, maar besluit me over te geven aan het moment, druk haar nog eens extra tegen me aan en dan barst het koor pas echt los. Alles draait om me heen en juist op het moment dat ik mijn ogen weer open om te zien wat er gebeurt, zie ik alles vervagen. Het moment van afscheid is gekomen. Met een lichte tegenzin en weemoed laat ik los.

Langzaam kom ik terug, het bed is warm, ik hoor een hond blaffen en open voorzichtig mijn ogen. Twee grote, bruine hondenoogjes kijken me aan over de rand van het bed. Ze blaft nog een keer. Het is tijd om op te staan vindt ze. Vandaag is de dag voor kerst en we hebben nog het een en ander te doen. Ik sluit nog even mijn ogen en aai dan het harige koppie. Zoals iedere dag worden we samen wakker, maar volgens mij na vandaag echt niet meer alleen.

©FHHage (Eric), 2015