Hokusai - a gust of wind

Woord(-en) van de dag 29 – ‘Versoepelen’

‘Versoepelen’, wat een mooi woord. Je ziet, voelt en hoort het bijna gebeuren: de tak buigt zich naar de aarde, hij ‘versoepelt’ zijn sterke, rechte rug en buigt voor de aantrekkingskracht die moeder aarde op hem uitoefent. De bamboe die meebuigt met de wind, soepel en buigzaam, geen weerstand, geen verzet, de wind komt langs en de bamboe beweegt mee. Naar links, naar rechts, naar voor of achter, waar de wind hem ook heen wil, hij buigt mee. Zo overleeft hij iedere storm.

Het kabinet ‘versoepelt’ de zelfopgelegde regels. Regels opgelegd door de aanwezigheid van een virus wat over de hele wereld waait en overal slachtoffers eist. Door de een gezien als ‘niet meer dan een griep’, door de ander als ‘de grootste bedreiging ooit’. We pasten ons aan, aan het virus, aan de opgelegde regels, want we willen overleven. Dat zit nu eenmaal in de aard van het leven ingebouwd. Als je het eenmaal hebt, wil je het houden en er liefst zo lang mogelijk in blijven. 
We pasten ons aan, maar onder druk, onder protest. We wilden niet dat ons leven echt zou veranderen en zeker niet dat het zou eindigen, niet óns leven en niet het leven zoals we dat kenden met ieder die ons lief is. Dat was motivatie genoeg. Voor even.

Maar de regels duren te lang, we willen terug naar onze fiere, rechte staat, net zoals de bamboe terug recht overeind komt als de wind weer is gaan liggen. De bamboe die niet weet waarom de wind waait en het nodig vindt hem bijna met kop en wortel uit het rietveld te trekken. De bamboe die buigt, zonder vragen, zonder verzet, dat is nu eenmaal zijn natuur. De bamboe waait mee, laat zich heen en weer zwieren, hoe lang het ook duurt, wetend dat er een tijd komt dat de wind weer stopt. Winden waaien niet eeuwig. Iedere storm heeft een begin en eind. Zo doet ieder wat bij hem hoort. De wind waait en gaat weer liggen, bamboe buigt en komt weer overeind. Er is niemand die hen hoeft te vertellen wat te doen.

En dan de mens. Die zich ontworteld ziet door nieuwe regels, want waar eerst groei was en vrijheid van bewegen, denken en doen, zijn nu nieuwe regels, weg vrijheid van bewegen, denken en doen. We willen wel even meebuigen, maar dan moet de wind toch echt weer onze kant op waaien of gewoon gaan liggen, zodat wij weer vrij en fier kunnen staan zoals we altijd deden. We zijn bamboe geweest, voor even, nu willen we weer boom zijn en staan voor wie we zijn.

Bomen hebben echter niet de vrijheid van bamboe, zij staan waar ze staan en wie niet genoeg meebuigt, valt om in iedere storm. Toch willen we onze boomnatuur terug, eisen van de wind dat hij een andere kant op waait, ons met rust laat zodat we terug onze rechte vorm aan kunnen nemen. Verwijten de hoogste bomen hun buigen en eisen onze vrije ruimte terug. We zijn moe van het buigen en aanpassen. We willen onze vrijheid terug en verwijten ook de wind zijn waaien, willen hem zoals vanouds negeren en nemen stapje voor stapje onze fiere houding weer aan.

Natuurwetten zijn aan ons niet besteed. De lessen die we ooit moesten leren gaan voor ons niet op. ’Wie niet meebuigt, zal breken’. Nee, wacht: wij zijn boom noch bamboe. Wij zijn mens! Wij willen we gebruik maken van ons recht om te kiezen voor overeind blijven of omvallen. We willen vooral niet leren meer bamboe te zijn. Wij mensen kunnen denken en voelen en eigen keuzes maken. Wij hoeven niet te luisteren naar regels noch wetten van de natuur. Wij staan daarboven!

Nee, wij maken onze eigen regels en luisteren naar niemands wetten. Wij buigen voor niemand en breken pas als wij dat zelf willen. Wij versoepelen voor niets en niemand. Wij zorgen wel voor onszelf en hebben niets en niemand anders nodig. Wij staan tenslotte boven de natuur en zijn immuun voor zoiets onbenulligs als een virus of de dood. En als we het niet zijn, zorgen we dat we het worden! Wij hebben tenslotte het eeuwige leven en blijven staan totdat we zelf zeggen: nu is het genoeg!

En dus versoepelt de regering voor ons haar regels en de mens juicht. We hebben gewonnen van die brute regering die ons onze vrijheid ontnam! Eindelijk krijgen we terug wat we nooit echt kwijt wilden. Onzichtbaar waart nog steeds het virus rond, maar daar zijn wij doof, blind en ach, toch gewoon immuun voor. Want wat je niet ziet, is er tenslotte niet. Versoepelen, meebuigen, veranderen, dat doen alleen bamboe en de natuur en ja, ook ‘die ander’. ‘Wij’ zijn ‘vrije mens’, wij hoeven dat allemaal niet.

10 mei 2020, Eric Hage, Weesp

Illustratie:
Katsushika Hokusai (1760-1849)  
Title: A sudden gust of wind in Ejiri province  
Series title: Thirty-six views of Mount Fuji

Dit werd geschreven als onderdeel van het project – ‘Geef me een woord